Posts tonen met het label Kaartmateriaal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kaartmateriaal. Alle posts tonen

dinsdag 31 augustus 2010

Toch in de Bosrand ?

Het lijkt bijna onmogelijk, dat de Mörsers bij Heelsum stonden.
Dat is vast te stellen met een puur technische berekening, uitgaand van dracht en doelen. De Mörsers hadden een dracht van 16,7 km [Böhm c.s., a.w., p. 126]. En men zal graag in de veilige zone gebleven zijn, buiten bereik van ons geschut. Dat stond op 13 mei bij en achter Rhenen. 4-I-12 RA (achterbatterij 10 Veld in de Plantage Willem III) bij coördinaat 164,8 -444,1, 3-I-12 RA (rechter batterij 10 Veld bij de Dikkenberg) bij 166,8 - 445,1. Als we hierbij ongeveer 14 km optellen, lag de veilige zone theoretisch achter Heelsum. Vergelijk de volgende schetskaart. Voor een vergroting doorklikken op het kaartje.


Deze berekening pleit voor een opstelling op de posities, aangegeven op het voorgaande kaartje. Maar er spelen nog andere factoren een belangrijke rol bij de stellingkeuze. Eisen zijn:

* Voldoende opstelruimte
* Gedekt tegen vijandelijke grond- en luchtwaarneming
* In de nabijheid van goede wegen
* Gedekte aanvoermogelijkheid van munitie
* Vlakke en stevige bodem
* Alle te verwachten vuuropdrachten vanaf deze plaats uitvoerbaar

De eerste vijf factoren zijn in dit verband niet van belang, voor de keuze tussen Heelsum en Bosrand. De laatste wel. Want één van de aangegeven doelen was De Groep, waar 100 schoten op "bunker" G-20 (?) werden afgegeven [BA-MA, RH 24-10/46, S. 27]. Dat doel lag (vermoedelijk) vanuit de aangegegeven stellingen op ongeveer 19,5 km afstand. Dan zou dus een stelling ruim 3 km meer W ingenomen moeten zijn. Er zijn trouwens goede redenen om een plaats nog dichterbij in te schatten:

* De spreiding van de Mörsers, werd na 8 km te groot voor beschietingen van kleine doelen [Witzel, a.w., p. 77]
* Er zal om kosten en geschut te sparen, bij voorkeur op kleinere afstanden dan maximale dracht geschoten zijn

In hoeverre de laatste twee punten de stellingkeuze mede bepaald hebben, valt moeilijk in te schatten. Maar we kunnen er veilig vanuit gaan, dat een stelling gemiddeld 10 - 13 km van de voornaamste doelen de voorkeur had. Vanuit Rhenen gerekend, levert dat een plaats tussen x-coördinaten 177 en 180 op. Dat sluit een stelling tussen Heelsum en Wolfheze vrijwel uit. Vrijwel, want dit soort berekeningen zijn niet op een km nauwkeurig te maken.
De laatste berekening kan worden vertaald naar een plaats tussen Dorskamp en Heelsum. Daarmee komt een opstelling in de Bosrand toch weer in het vizier.

Het zou geweldig zijn, als hiervoor nog aanvullend bewijsmateriaal opgespoord werd.
In elk geval bevestigt deze theoretische exercitie, dat het Duits kaartmateriaal zo zijn gebreken had.

maandag 30 augustus 2010

Mörsers bij Heelsum ?

Bij het NIMH vorige week een kaartje opgespoord, dat nogal wat vragen oproept.
Zouden de Mörsers echt bij Heelsum hebben gestaan, zoals op dat kaartje is ingetekend? Als dat zo was, zouden er toch nog wel enkele getuigen moeten zijn te vinden ? Daarom hier een dringende oproep:

* Wie heeft (ergens tussen Bennekom en Wolfheze), in mei 1940 Mörsers in stelling gezien ?
Ook serieuze doorverwijzingen, naar een ander (met naam, adres, en telefoonnummer), zijn zeer welkom.

De kaart waar het om gaat, met ingeschetste stellingen, is de volgende [NIMH Coll 400, Inv Nr 2.0521].


Die lijkt op het eerste gezicht duidelijk genoeg over de plaats. Daarom een korte toelichting.
De officiële Duitse kaarten zijn niet helemaal betrouwbaar. Ze geven een momentopname, maar soms van een ander, dan het aangegeven tijdstip. Deze kaart werd blijkbaar aan elkaar geplakt, of slecht gereproduceerd. De afstanden in de breedte kloppen niet overal. Plaatsen van stellingen zijn vaak ook maar ongeveer aangegeven. Plaatsen als Wageningen, Bennekom, Renkum, en Heelsum, lagen voor Duitse begrippen dicht bij elkaar. Zeker op een kaart met grote schaal, zoals deze (1: 200.000). Vlak bij de Grebbeberg zijn twee stellingen ingetekend van licht geschut. De dag ervoor stond dat Z van de Rijksweg, niet N. De dag erna was het op weg naar Utrecht. Niet uitgesloten kan worden, dat het op 14 mei nog in het aangegeven gebied in stelling heeft gestaan. Maar voor die verplaatsing is geen goede reden te vinden.
Tot nu toe dacht ik zeker te weten, dat de Mörsers in de Bosrand bij de Eng hebben gestaan. Een onderofficier bij een Waarnemingssectie (3./Bb.30) beschreef een plaats in een bosrand. Een andere bron duidde de stellingen van de Mörsers "Bij Bennekom" aan, als "in bedekt gebied". De plek bij Heelsum was juist achter een bosrand. Precies in open terrein. Tenminste, als we een kaart van nu bekijken. Dat was geen erg aannemelijke plaats voor opstellingen van geschut. Ook al vormde (lucht)waarneming op 14 mei geen grote dreiging meer. En ook al stonden bijvoorbeeld de stukken van de SS-afdeling (volgens bekende foto's) wel helemaal open en bloot bij de Villawijk. Geschut (zeker dit) werd meestal goed gecamoufleerd, met takken vol bladeren. Bij voorkeur dan nog in struikgewas, in een bosje, of in een boomgaard, geplaatst. Het is dus op zijn minst twijfelachtig, of de stellingen wel juist op de kaart staan.

Vraagtekens leveren ook de kruisjes op, vlak achter de Diedenweg. Zes of zeven. Dat is niet goed te zien. Het zouden plaatsen van Duitse Lichtmeetposten kunnen zijn. Belast met de opsporing van onze artillerie. Hierbij werden posities van mondingsvlammen ingemeten met theodoliet (Richtkreis), en doorgemeld aan een centrale post (Auswertung).
Volgens het verslag van de Duitse Artilleriekommandant bij de Divisie (Arko 22, Generalmajor Walter Büchs) waren op 13 mei 1940 maar 5 meetposten in bedrijf. Dat klopt dus niet, jammer genoeg. Verder zouden eerste en laatste post minstens 7 - 9 km uit elkaar moeten liggen, om bruikbare resultaten te geven. Ook dat stemt niet overeen.
Zou het kaartje hiervoor ook maar bij benadering zijn ingetekend ? Of betekenen de kruisjes toch wat anders ?

Een Mörser is, voor wie zulk zwaar geschut van dichtbij heeft gezien, echt niet te verwarren met andere vuurmonden. Het waren bijzonder zware stukken, indrukwekkend van formaat, met bijna manshoge wielen. Ze hadden een onmiskenbaar geluid, en een verwoestende luchtverplaatsing van het schot ("blast"). De loop was 6,5 m lang, met een doorsnee van 21 cm. De munitie werd aangedragen door vier man. De granaat was verpakt in gevlochten rieten hulzen. De kardoezen zaten in een metalen huls.
Dit geschut werd vervoerd in twee lasten. Een trekker voor de wagen met de affuit, een andere voor de wagen met de loop. Dat moest wel zo, door het grote gewicht van de Mörser. Totaal 22,7 ton, nog zonder trekkers [Witzel, a.w., p. 27].
Er werden halfrupsvoertuigen voor gebruikt, met een trekkracht van 8 of zelfs 12 ton. In het Duits militair jargon aangeduid als Sd.Kfz.7 en Sd.Kfz.8. Ook dat was geen klein spul.
Wikipedia geeft een duidelijke foto van de Mörser: http://en.wikipedia.org/wiki/21_cm_M%C3%B6rser_18
Over de halfrups-trekkers, voor dit zware geschut: http://www.lexikon-der-wehrmacht.de/Waffen/zugkraftwagen-R.htm
Daar ook een andere geschutfoto: http://www.lexikon-der-wehrmacht.de/Waffen/Bilderseitenneu/21-cmMorser18.htm
Die website geeft nog veel meer interessante gegevens. Bijvoorbeeld over de organisatie en herkomst van de grote legereenheden. En over de loopbaan van hoge officieren. Informatie, die meestal zeer betrouwbaar is.