woensdag 14 juli 2010

Bornse Steeg

Op 13 mei 1940 werden verschillende Duitse batterijen bestreden. III-8 RA nam een batterij in de Westrand van Wageningen onder vuur. Vermoedelijk dezelfde, die I-22 RA vanwege grote afstand en opkomende mist had moeten laten lopen. Een batterij van III/AR 311. De commandant van 1-III-8 RA, reserve-kapitein H. Ballot, schrijft hierover [NIMH Coll 409, Inv Nr 511019):

"Even 6 uur wordt vuur 161 gevraagd [De vuurconcentratie in de Oostrand van Wageningen], dit behoort echter niet tot mijn voorbereide vuren [!], al weet ik er wel de ligging van. Ik laat de afdelingspost weten dat wij "passen". Ik weet echter wat anders. Meer naar rechts in de richting van de grijze loods, het veilingsgebouw aan de haven te Wageningen, moet een batterij staan die het ons lastig maakt. Ook in de nacht hebben we daar zien vuren. Trouwens met vrij grote zekerheid hebben we het mondingsvuur gezien van een batterij die we peilen in de richting van het Hotel de Wageningse Berg [!]. De ontbrandingen corresponderen precies met de dan even later in onze omgeving neerkomende projectielen. Een ruwe berekening van geluid, snelheid, en vluchttijd, bevestigt onze veronderstelling, dat deze batterij ongeveer bij het Hotel moet staan en dus buiten ons bereik ligt [Vermoedelijk was dit een batterij van II/AR SS, die in de buurt van de Villawijk stond]. We hebben de peiling doorgegeven aan de Afdelingscommandant. Als die hogerop belandt en ook van andere punten peilingen gegeven worden [Voorwaarde was een, door zo mogelijk drie onafhankelijke waarnemers, "bevestigde" peiling] zal onze legerkorpsartillerie [Met name I-12 RA met de 10 Veld] er wel mede kunnen afrekenen."

Helaas was dat een illusie. De peiling werd blijkbaar onvoldoende bevestigd. Nierstrasz ["De Strijd", III/3, p. 441] zegt hiervan:

"Doeltreffende artilleriebestrijding kon door onvoldoende gegevens [!] niet plaats hebben, en bovendien stond, zoals reeds medegedeeld, I-12 RA onjuist georiënteerd".

Volgens Nierstrasz stond I-12 RA namelijk tever naar het N gericht, meer op het vak van II Div. Die stelling is aanvechtbaar, omdat door I-12 RA toch ook een storend vuur bij Pompstation werd afgegeven.
Terug naar het verslag van Ballot, over de acties van III-8RA.

"Deze [batterij] bij de grijze loods ligt wel in ons bereik, en na bekomen machtiging nemen we de vermoedelijke opstelplaats, uitgaande van vuur 105 onder vuur."

Later op de dag werd nog een vuur op ongeveer dezelfde plaats afgegeven:

"Het is bij tienen of wat later. (..) Carbin [Volgens de Kaderlijst van 8 RA Elt L.W.C. Carbin, Batterijofficier van 3-III-8 RA] leidt nog een vuur op een artillerieopstelling even links van de drukkerij (Vada) die daar aan de rand van het stadje (Wageningen) staat, met de middenbatterij."

Vreemd is, dat in dit verslag een vuur afgegeven om ongeveer dezelfde tijd op Duitse artillerie bij Bornse Steeg ontbreekt. Dit vuur staat genoteerd in het Gevechtsbericht van 8 RA [NIMH Coll 409, Inv Nr 511002] zonder nadere details. Nierstrasz [a.w., p. 448] geeft het volgende aan:

"Te 10.20 vuurde de rechter batterij op een fabriekscomplex [!] ten W van Wageningen, terwijl te 10.30 de midden batterij het vuur opende op een batterij op de Bornse Steeg ten ZW van Bennekom, die door een waarnemingspost was ontdekt. Dit is het laatste vuur geweest, dat III-8 RA heeft afgegeven."

Nierstrasz noteert dit vuur, als afgegeven door 3-III-8 RA [a.w., Schets/Kaart C13]. Het vuur op de "fabriek" (drukkerij Vada) als afgegeven door 1-III-8 RA. Elt Vuurregelingsdienst U.H. Meyer, Staf III-8 RA, heeft inderdaad opgetekend, dat het vuur op de "fabriek" door de rechter, en het vuur op de artillerie nabij de Bornse Steeg door de middenbatterij, werd afgegeven [NIMH Coll 409, Inv Nr 511017].

De vijandelijke artillerie zou gemeld zijn door wp Groene Bank [!]. Die post was volgens Nierstrasz allang ontruimd. Later kwam er volgens Meyer een bevestiging van de Divisie Artillerie Commandant (DAC), dat er ter plaatse inderdaad vijandelijke artillerie in actie was gekomen.

Dat roept nog twee vragen op. (1) Waar stond het Duitse geschut ongeveer ? (2) Welke eenheid kan dat geweest zijn ?

Nierstrasz [a.w., Schets/Kaart C13] heeft dit vuur ingetekend op coördinaten 33,3 - 69,7 volgens de oude TK. Dat komt overeen met ongeveer 173,7 - 444,3 in coördinaten van de tegenwoordige TK. Op een plek pal O van de Bornse Steeg. Ongeveer halverwege tussen de Kielkamperweg en de Droevendaalse Steeg.

Meyer tekende aan, dat om 10.34 ook door K.19 (Cdt 19 RI) vijandelijke artillerie werd waargenomen. Oost van Kruiponder, aan de Rijnsteeg of Slagsteeg. In de lijn van het kruispunt Friese Steeg - Weteringsteeg (ongeveer 1 km NO van Achterberg) naar Rogvorst (vt 33 - 69 oude TK, ongeveer vt 174 - 444 nieuwe TK). Gemeld werd, dat het om "vrij zware" artillerie ging, en dat het vuren "duidelijk zichtbaar" was. De naam "Rogvorst" zal "Roghorst" moeten zijn.

Uitgezet op een zwart-wit-rood kaart van 1939 (zichtlijn is de zwarte streepjeslijn), levert dit een plaats wat zuidelijker, maar verder west op (de twee oranje ovalen), dan die ingetekend op het kaartje van Nierstrasz (zwart ovaal). Hemelsbreed niet meer dan 1 - 2 km ZW van Bennekom. Zie het volgend kaartfragment.


Als het inderdaad om (vrij) zware artillerie ging, kan worden gedacht aan een batterij van IV/AR 256. Want II/AR SS stond bij de Villawijk, III/AR 311 West van Wageningen, en s Art Abt 735 waarschijnlijk in de Bosrand bij Dorskamp. De locatie van III/AR 207 is het moeilijkst in te schatten. Vermoedelijk stond ook deze afdeling wel in voorste lijn. Maar dan (pal ?) N van Wageningen, in de buurt van het Rode Dorp. De inundatie tussen Veenendaal en Wageningen beperkte de opstelruimte flink. Wel zou nog een plaats bij de NO-hoek van het Nieuwe Kanaal (kruising Slagsteeg - Ooststeeg) denkbaar zijn.

Het kaartje toont goed aan, dat de afstand blijkbaar (in dit terrein) veel moeilijker in te schatten was, dan de richting.

maandag 12 juli 2010

Vuren van I-22 RA

De verdere acties, aangetekend in het Dagboek van Roodenburg, waren NIMH Coll 409, Inv Nr 513028]:

"6.00 uur V.60 ingeschoten op merkpunt 1.
6.07 uur V.91 meldt, dat [iemand daar] vanuit de batterij in Zuidwestelijke richting voorwerpen [heeft] zien dalen, mogelijk parachutisten. Nadien uitwerkingsvuur afgegeven op colonne op weg Noord van Blauwe Kamer, op de fabriek zelve en later naar voren verlegd voor [lees "om"] vluchtende colonne te achtervolgen."

Even later is blijkbaar een tweede eenheid artillerie waargenomen, en intussen gemeld aan de Brigade-Artillerie Commandant [BAC]:

"6.30 uur BAC: Is waarneming mogelijk op artillerie [op kaartpositie] 171,90 - 439,90 ?
6.50 uur AOI [Artillerie-Officier Inlichter. De schakel met de Infanteriecommandant]: Artillerie komt in stelling 100 meter van steenfabriek in vierkant 172 - 440 de fabrieken onder huis en boerderij van Den Dooven.
7.45 uur AOI: Er vallen [van deze batterij ?] projectielen in de buurt van de Watertoren.
7.50 uur rechter batterij geeft uitwerkingsvuur af op steenfabriek [bij] Den Dooven.
7.59 uur Aan V.91 en H.72 [de midden en de rechter batterij]: Op mijn [Cdt I-22 RA] bevel uitwerkingsvuur op artillerie 171,90 - 439,90 breed 200 meter, brisantgranaat met versnelde buis, normale lading, str.[ooien] m.[et] 50 meter [op] 3 afstanden. Coördinaten voor afstand en zijdelingse richting volgt."

De brisantgranaat met versnelde buis werd gebruikt om scherfwerking te veroorzaken op levende doelen. De granaat ontplofte dan in de lucht, de scherven werden verspreid over een groot gebied, vooral in de lengte. Het strooien werd gebruikt om een nog groter gebied te kunnen bestrijken.
Deze eerste actie gaat als volgt verder:

"8.15 uur aan BAC: 1e uitwerkingsvuur [wordt] afgegeven.
8.34 K.72 klaar [vuur afgegeven].
8.38 V.91 klaar [idem].
8.40 uur Uitwerkingsvuur afgegeven.
8.44 uur AOI: Het juist afgegeven vuur ligt 400 à 500 m tekort.
Waargenomen werd [nog] een colonne (vrij) opgesteld in de buurt van Wageningen, ter hoogte van Sluis [waarschijnlijk Sl aan de kop van de Oude Haven]. Getracht werd deze onder vuur te nemen, doch door grote afstand en opkomende mist was waarneming niet meer mogelijk.

Het volgend kaartje geeft mijn reconstructie van de opstellingen en de afgegeven vuren.


We hebben hiermee een patroon van drie [bespannen ?] artillerie-eenheden, die optrekken tussen Wageningen en de Grebbeberg. Dat waren waarschijnlijk de drie batterijen van III/AR 311. De Korpsveterinair maakt namelijk op 13 mei in zijn oorlogsdagboek melding van uitval van 60 paarden bij III/AR 311. Hiervan 40 dood, 20 gewond. Hij plaatst deze gebeurtenis, op grond van een telefoonbericht hierover van de veearts van ID 207, in de nacht van 12 op 13 mei [NIMH Coll 401, Inv Nr 41].

Verder heeft Cdt I-22 RA over deze acties in een uitgebreid verslag onder de titel "Stuk ......vuur" nog het volgende aangetekend [NIMH Coll 409, Inv Nr 513028].

"Nadat de Luitenant Vuurregelingsdienst de nodige gegevens verzameld heeft, bestijgt deze zijn rijwiel en begeeft zich naar de kerktoren te Kesteren. Van 5.40 - 5.45 laat hij V.60 inschieten op de steenfabriek "De Blauwe Kamer". (..) Onmiddellijk daarop werd een uitwerkingsvuur door deze batterij gegeven op een stilstaande vijandelijke colonne op de veerweg, Noord van de steenfabriek. Blijkbaar verontrust door dit vuur, komen nu wagens, paarden en mensen uit dit complex te voorschijn, die blijkbaar in de nacht daar een goed onderkomen hadden gezocht, zodat nog een extra laag op de fabriek wordt afgegeven, waarop het vuur weer naar voren werd verlegd om de vluchtende colonne te achtervolgen. Die was raak. (later hebben wij nog een stuk geschoten automobiel aan de kant van de weg gevonden en o.a. begraven paarden). (..)
Te 6.30 deelt de BAC mede, dat artillerie is gemeld nabij de steenfabriek [doorgehaald, bijgeschreven "boerderij Den Dooven"] Den Dooven en vraagt, of daarop waarneming mogelijk is. Waarop wij ontkennend moeten antwoorden. (..)
Te 6.50 meldt de AOI, dat artillerie in stelling komt 100 m ten N van de steenfabriek [bij] Den Dooven [Dat was de Plasserwaard]. Dat is dus waarschijnlijk dezelfde als ons door de BAC is gemeld. (..)
Te 7.50 laat de vuurregelingsofficier door V.60 een uitwerkingsvuur afgeven op de steenfabriek [bij] Den Dooven, hetwelk om 8.15 werd afgegeven. Te 7.59 geef ik, na verkregen machtiging [Er was toch machtiging voor vuren op plotseling opdoemende "ogenbliks"doelen ?], opdracht aan V.91 en H.72 om een uitwerkingsvuur af te geven op de door de BAC opgegeven artillerie. Dit vuur der beide batterijen werd te 8.40 afgegeven. De waarnemer op de toren speurt alles af naar eventuele lonende doelen. Aan de Westgrens van Wageningen op een weg in de uiterwaard ziet hij wel iets, maar dat is 7 km [van hem] weg en het is niet eenvoudig waar te nemen, omdat in de waarnemingsrichting vóór Wageningen een diep dal ligt. Daar herkent hij plotseling aan het op en neer gaan van paardenhoofden, dat dit een batterij moet zijn. Getracht werd dit doel onder vuur te nemen. Voor V.60 is dat 8.500 m en dus moeten onze slanke [7 Veld] projectielen gebruikt worden. Na enige schoten blijkt echter een opkomende morgennevel het op deze afstand onmogelijk te maken, iets verder waar te nemen. Jammer, zo'n doel hadden wij [ook nog] eens graag "in de poeier" gezet."

Mijn interpretatie is, dat met elk van de drie zojuist beschreven acties van I-22 RA telkens een andere batterij van III/AR 311 onder vuur werd genomen. Deze hadden waarschijnlijk de nacht doorgebracht in een steenfabriek. Resp. Blauwe Kamer, Plasserwaard, en Wolfswaard [De grote steenfabriek Z van het Electrisch gemaal]. Dat de derde batterij ook succesvol onder vuur genomen werd is mogelijk. In elk geval zijn aan de kop van de Oude Haven drie veldgraven van Duitse artilleristen geweest. Zie http://www.grebbeberg.nl/index.php?page=slachtoffers (vierde foto), met bijbehorende tekst na doorklikken op "meer".

Update 24 juli 2010:
Uit een nieuw aangetroffen document blijkt, dat wellicht ook III/AR 207 door I-22 RA onder vuur werd genomen. In elk geval bevond deze afdeling zich ook Z van de Straatweg Wageningen - Rhenen. Zie "AR 207", zaterdag 17 juli 2010.

Paardenkerkhof

In de voorgaande afleveringen is nogal vaak het woord "schade" gevallen. Daarbij moet niet vergeten worden, waarom er door eigen eenheden geschoten en gebombardeerd werd. Hun doel was, de oprukkende Duitse troepen afbreuk te doen. Zo mogelijk tegen te houden, of tot aftocht te dwingen.
De Nederlandse autoriteiten waren, tot aan de inval, en zelfs nog daarna, zeer terughoudend met ingrepen die eigen mensen zouden kunnen schaden. Misschien wel teveel. Er werd uiterst lang gewacht met schootsveldruimingen, onderwaterzettingen, het vernielen van bruggen, en het maken van coupures in wegen.
Er waren ook bewust geen vuren voorbereid, O van Wageningen. En pas op het laatst werden vuren afgegeven in de hoofdweerstandsstrook, en in de Oostrand van Wageningen.

Het is goed, als tegenwicht nu een wapenfeit naar voren te halen, dat weinig bekendheid kreeg. Misschien al helemaal vergeten is.
Ergens aan de voet van de Grebbeberg is een paardenkerkhof. Daarin liggen ongeveer 40 paarden begraven. Duitse paarden, vermoedelijk van een batterij van III/AR 311. Onder vuur genomen door I-22 RA. Een afdeling Nederlands geschut, opgesteld bij Brigade A, in de Betuwe.

Er zijn op de website van Stichting de Greb/Kennispunt Mei 1940, enkele verwijzingen naar deze geschiedenis te vinden. Een eerste is het afschrift van een krantenartikel uit de Graafschap-bode van vrijdag 17 mei 1940. Onder de kop "Een droeve tocht door de gevechtsterreinen van de Grebbelinie" wordt in dit artikel een "interessante, maar huiveringwekkende tocht via Westervoort - Arnhem - Oosterbeek - Renkum - Wageningen - Bennekom [!] en Rhenen" beschreven. Voor mij interessant, omdat het de gevechtssporen nog kort na de slag beschrijft, en zo de Duitse opmars helpt reconstrueren. Link naar dit artikel http://www.grebbeberg.nl/bibliotheek/data/rapport.php?rap_id=4307

Hierin over het paardenkerkhof het volgende.

"Een Duitse wacht stond ons toe verder te rijden richting Rhenen. (..) Dan passeerden wij links [?] een boomgaard, waar een 40-tal dode legerpaarden werden begraven. Het betrof hier een herstelplaats [?] van gewonde legerpaarden. De Duitse schildwacht zei ons, dat een 60-tal paarden hier bijeen was, toen een zware bom [?] in de boomgaard viel, waardoor 40 paarden werden gedood en de rest verminkt. Zo bereikten wij Lexkes-veer [?] en sloegen rechts af, waar de Grebbeberg werd bereikt."

Deze paar regels roepen vele vragen op. Ze zijn gemerkt met [?]. Was de boomgaard nu links of rechts van de weg ? Een herstelplaats aan de voet van de Grebbeberg, dus bijna in de hoofdweerstandslijn ? Een bom ? Daar Lexkes-veer ?
We houden het erop, dat de boomgaard rechts van de weg was, en dat de auto waarin de journalist zat deze links passeerde. Denkbaar is, dat men na de capitulatie hier een herstelplaats inrichtte. De bom zal een granaat geweest zijn. Het Duitse woord "Bombe" betekent ook granaat. Maar 60 slachtoffers als gevolg van één granaat is niet mogelijk. Lexkes-veer ligt aan de voet van de Wageningse Berg. Maar de locatie die beschreven werd lag verderop. Dus mogelijk werd het veer naar Opheusden bedoeld. Maar, hoe kun je vandaar rechts afslaan naar de Grebbeberg ?

Een volgende publicatie op de website geeft aan, dat er inderdaad paarden begraven moesten worden aan de voet van de Grebbeberg. Link naar dit item http://www.grebbeberg.nl/index.php?page=verklaring-van-dienstplichtig-sergeant-h-h-wint

"Smith is van Rhenen naar Rotterdam gegaan en ik ben [van Rhenen] naar Arnhem gegaan. Onder aan de Grebbeberg werd ik aangehouden door de Duitsers. Ik moest helpen met het begraven van dode paarden."

Majoor J. Roodenburg beschrijft in zijn dagboek een uitwerkingsvuur, dat het Paardenkerkhof naar mijn mening verklaart. Dat vuur werd afgegeven op maandag 13 mei, tussen 6.00 en 6.30 uur. Link http://www.grebbeberg.nl/index.php?page=dagboek-van-majoor-j-roodenburg

"Machtiging tot zelfstandige vuuropening op ogenbliksdoelen. Vooraf merkpunt schieten. Nadat de Luitenant Vuurregelingsdienst (VRD), de gegevens verzameld had, is deze naar Protestantse Kerk Kesteren gegaan en heeft de rechter batterij [V.60] ingeschoten op [steenfabriek] Blauwe Kamer. Inschieten duurde van 5.40 tot 5.45 uur."

Dit was het "inschieten op merkpunt", waarmee vuren in de omgeving van het hulpdoel snel en accuraat afgegeven konden worden. Typische vuurcommando's waren dan "Vuur, 100 m vooruit, 5 o/oo meer". Of iets als "Vuur, 50 m terug, 10 o/oo minder". Vooruit of terug wordt gemeten ten opzichte van het hulpdoel (merkpunt). Vooruit is dan hierachter, terug voor het merkpunt. Hiermee is de afstand bepaald. De richting wordt, zoals gebruikelijk, aangegeven in o/oo op het kompas. Meer betekent naar links ten opzichte van de hoofdrichting, of richting naar het (hulp)doel [!]. Minder betekent dan naar rechts [RBMA IV, (1931), p. 8].
Dat is tegengesteld aan wat men zou verwachten. Meer doet toch denken aan een hoger getal, en zou dan juist een draaiing op het kompas naar rechts aangeven. Dat werd dus niet bedoeld in het vroeger artilleristisch jargon.

zaterdag 10 juli 2010

Snelconcentraties

Na raadplegen van enkele brondocumenten, is duidelijk, dat de gegevens van Nierstrasz onvolledig, en niet altijd geheel juist, zijn weergegeven. Dat niet elk vuur was verwerkt, was al wel bekend, omdat volgens Nierstrasz bijvoorbeeld I-12 RA op 13 mei geen schot meer zou hebben afgegeven ["De Strijd", III/3, p. 450]. Het Overzicht vuren der LKA, en het Gevechtsverslag van 4-I-12 RA, geven echter aan dat door de afdeling, of in elk geval door deze batterij, om ongeveer 8.30 uur een snelconcentratie werd afgegeven [NIMH Coll 409, Inv Nr 502013, 502020]. Die lag volgens het Bericht- en Meldingenregister van I-12 RA O van Wageningen, in vt 174,70 - 442,25 [Idem, Inv Nr 502016]. Dat is een plek op de Generaal Foulkesweg (vroeger Rijksstraatweg), hoek Wilhelminaweg.
Mijn kanttekening blijkt ook te gelden voor een andere snelconcentratie, afgegeven op 13 mei 1940 in de Oostrand van Wageningen. En het zijn juist deze vuren daar, die een groot deel van de schade buiten de oude stad van Wageningen (kunnen) verklaren.

Aanleiding tot naslag vormde Schets/Kaart C13, voor 13 mei. Hierin zijn vuren van I-8 RA, III-8 RA, en I-15 RA ingetekend met het label "Snelconcentratie 161" in de Oostrand van Wageningen.
Maar volgens de Vuurkaart van 1-III-8 RA, en het register van voorbereide vuren, lag deze snelconcentratie in de Westrand van Wageningen. Ongeveer van 173,70 - 441,50 tot 173,70 - 441,75 [NIMH Coll 409, Inv Nr 511007, 511014, 511015].
Volgens Nierstrasz lag dit vuur "in het midden van Wageningen", maar werd het afgegeven door I-15 RA, "telkens op afstanden die 200 m verschilden, en waarbij ook de richting werd gewijzigd" ["De Strijd", III/3, p. 450].
Het volgend kaartfragment uit het dossier Houdret (Elt verkenner I-15 RA) maakt duidelijk waar deze vuren lagen.


In het Gevechtsbericht van I-15 RA wordt aangegeven hoe het verleggen van de vuren in zijn werk ging. De snelconcentratie (vuur 161) werd afgegeven, uitgaand van een vast punt, en bij herhalingen als volgt aangepast [NIMH Coll 409, Inv Nr 502022]:

6.25 Snelconcentratie op vt 174,05 - 442,15, breed 200 m en diep 200 m. Zo snel mogelijk en grootste vuursnelheid. Dit is het kleine vierkant in de NO-hoek van Wageningen op de kaart van Houdret.
7.15 Snelconcentratie opnieuw afgeven, 200 m vooruit, 25 o/oo minder [meer ?]. Dit is het vierkant linksboven in het grote vierkant met vier vakken op de kaart van Houdret.
7.30 Snelconcentratie herhalen, 200 m vooruit, dezelfde richting; daarna nogmaals 25 o/oo meer en dezelfde afstand. Dit zijn de twee vierkanten rechtsboven en rechtsonder in het grote vierkant op de kaart van Houdret.
7.55 Snelconcentratie herhalen, 200 m terug; daarna 25 o/oo minder en 200 m vooruit. Dit zijn de twee vierkanten linksonder en rechtsboven in het grote vierkant op de kaart van Houdret.

De veranderingen in richting en afstand werden gemaakt om de opvolgende vuren zo onvoorspelbaar mogelijk te maken, en daarmee tegelijk een groot gebied te bestrijken.

Bij intekenen blijkt, dat de beschadigde gebouwen aan de Veerstraat precies in het midden van het grote vierkant van de kaart van Houdret liggen. De Gerdesstraat vormt het midden van het kleine vierkant. Dijkgraafseweg, Bernhardstraat, en Lawickse Allee zijn mogelijk getroffen door wat teveel links terecht gekomen vuren, al dan niet van een andere afdeling. Otto van Gelreweg 8 werd waarschijnlijk beschadigd door een granaat van I-12 RA.
Een batterij bestreek een doelgebied van minstens 100 m breed en enkele honderden meters diep. De batterij werd opgesteld in een vak van 100 - 150 m breed, en 20 - 50 m diep. De schoten hadden doorgaans een spreiding van enkele tientallen meters links en rechts van het doel. In de lengte een veelvoud daarvan. Bijvoorbeeld de 10 Veld had een LS50 van 80 m op 10.000 m, van 110 m op 11.000 m dracht. Dit betekende, dat op 10.000 m afstand bijna alle schoten vielen in een vak van 2 x 80 m diepte. De grens voor artilleriebestrijding met de 10 Veld werd daarom bij 10.000 m afstand van batterij tot doel gelegd [G.A. Geel, "Artilleriebestrijding", Mavors 1937, p. 98].

Een grotere spreiding in lengte ("diepte", enkele honderden meters voor, of achter het doel) kan voor onze kaartvuren zonder meer worden aangenomen. De Nederlandse artillerie beschikte niet over vooruitgeschoven waarnemers. Inschieten op grote afstanden was daardoor niet mogelijk. Dat kan tot vrij grote afwijkingen in de lengte hebben geleid. Daarnaast was het weer (wind, temperatuur, luchtvochtigheid, luchtdruk) van invloed. I-15 RA paste op 12 en 13 mei enkele malen een dagcorrectie van -100 m toe [NIMH Coll 409, Inv Nr 502022]. Dit betekent, dat rekening gehouden werd met zijwind, waardoor het schot 100 m voor het doel zou vallen.

Een en ander maakt duidelijk, dat vooral de snelconcentraties van I-8 RA, III-8 RA, I-12 RA, en I-15 RA verantwoordelijk zullen zijn geweest voor een groot deel van de schade in het Rode Dorp, in de Oostrand van Wageningen, en in het gebied Op de Berg.

Artillerievuren

De door Nederlandse artillerie in mei 1940 bij Wageningen afgegeven vuren, zijn vrij volledig in kaart gebracht. Belangrijke bron hiervoor is het Stafwerk ("Groene Serie"). Uitgegeven in de jaren 1947 - 1957, onder redactie van Gen Maj tit. b.d. V.E. Nierstrasz. Vooral Hoofddeel III, Deel 3 van "De Strijd op Nederlands Grondgebied tijdens Wereldoorlog II" [afgekort "De Strijd", III/3]. Bijzonderheden over de acties van onze artillerie, worden verspreid door dit werk gegeven in een paragraaf per gevechtsdag. In p. 205-207, 342-347, 438-452, met Bijlagen Schets/Kaart Nr C5, C10 en C13, "Gebruik van de artillerie bij IV Div" voor 11 tm 13 mei. Aan de hand van deze gegevens is het volgend kaartje samengesteld.


Op 12 mei werden enkele vuren (afsluitingsvuren) afgegeven W van de Grift. Verder lagen de doelen vooral in het Voorpostengebied, en in de Oostrand van Wageningen.
Opgenomen zijn ook enkele vuren vanuit de Betuwe, door de daar geplaatste afdelingen. Op 13 mei kwamen de 7 Veld batterijen van I-22 RA in actie op doelen in de Wageningse Uiterwaarden. Gevuurd werd op Duitse artillerie, vermoedelijk de bespannen 15 cm Hw batterijen van III/AR 311. Deze vuren lagen bij de steenfabrieken "De Blauwe Kamer" en "Plasserwaard", en in de Westrand van Wageningen. Hierover in een volgende aflevering meer.
Een storend vuur is niet ingetekend. Dat werd afgegeven in de nacht van 10 op 11 mei, door het 10 Veld geschut van I-12 RA. Het lag bij Pompstation, op de grens van de gemeente Wageningen, bij Renkum. Ook de snelconcentratie van deze afdeling op Wageningen-Noord, afgegeven op 13 mei, ontbreekt hierin.

Voor een verklaring van de oorlogsschade, opgelopen mei 1940, zijn vooral van belang:
* De vuren in de Westrand van Wageningen. Afgegeven bij Synagoge op 12 mei (14.25, 14.45, 14.59, resp. 15.12, 15.24, 15.52) door de 7 Veld van I-8 RA, c.q. de 15 cm Hw van I-15 RA. Verder bij de Boerencoöperatie en Vada op 13 mei (omstreeks 6.00, resp. 10.20) door 15 cm Hw van III-8 RA.
* Een vuur op 12 mei (12.32) door III-8 RA bij de kruising Slagsteeg - Egelsteeg (vt. 171,90 - 444,25). Afgegeven op Duitse motorcolonnes.
* Een kort vuur, afgegeven op 13 mei (10.30) door III-8 RA aan de Bornsche Steeg. Doel vermoedelijk Duitse artillerie.
* Een nog driemaal herhaald vuur in de Bosrand, N van de Geertjesweg op 12 mei (11.05, 13.45, 14.05, 18.38), afgegeven door de 10 Veld batterijen van I-12 RA. Doel hiervan de vermoede stellingen van Duitse artillerie.
* Het vuur op 11 mei (8.35 uur) van de 15 cm Hw van III-8 RA op de Oude Toren (NH Kerk). En de op 12 mei (5.08) door de 12 L Staal van II-19 RA uitgevoerde beschieting. De laatste staat geregistreerd als een vuur uitgebracht op de Oude Toren. Mogelijk werd hierbij echter bij vergissing de Nieuwe Toren (RK Kerk) onder vuur genomen. In beide torens werden Duitse uitkijkposten waargenomen. De Oude Toren werd in brand geschoten. Vooral de Markt en de Hoogstraat werden hierdoor zwaar getroffen. De brand verspreidde zich in de volgende dagen naar de Zuidwesthoek van Wageningen.
* Een snelconcentratie op Wageningen-Noord (vt 174,70 - 442,25). Afgegeven door I-12 RA op 13 mei (8.30).
* De intensieve vuren in de Oostrand van Wageningen. Afgegeven op 12 mei door II-19 RA. Op 13 mei, door I-8 RA, III-8 RA, en I-15 RA (tussen 6.00 en 8.00). Deze vuren (samen met de beschieting van de Nieuwe Toren, en de snelconcentratie op Wageningen-Noord) verklaren waarschijnlijk een groot deel van de schades in het Rode Dorp en het Bergkwartier. Mogelijk heeft ook het storend vuur van I-12 RA bij Pompstation hier enige schade aangericht.

De schade in de lijn Lawickse Allee - Grintweg - Harnjesweg - Dolderstraat is met de vastgelegde vuren niet goed te verklaren. Waarschijnlijk heeft III-8 RA hier gevuurd. Het overzicht vuren [NIMH Coll. 409, Inv Nr 511015] eindigt op 13 mei relatief vroeg, met het vuur op Bornsche Steeg (10.40). Pas rond 13.00 uur vertrok III-8 RA naar Elst [NIMH Coll. 409, Inv Nr 511020]. Het is onwaarschijnlijk, dat deze afdeling die dag na 10.40 uur zonder opdracht bleef, zoals Nierstrasz aangeeft ["De Strijd", III/3, p. 448]. Eerder is aan te nemen, dat in de hectiek van die dag niet meer alle vuren zijn vastgelegd.

vrijdag 9 juli 2010

Vliegtuigacties

De acties van Nederlandse vliegtuigen in mei 1940 zijn in een handvol bronnen meer of minder uitgebreid beschreven. In het blad van de Oudheidkamer "Oud Rhenen" verscheen onlangs nog een samenvatting van de vluchten naar het gebied bij de Grebbbeberg. Hierin werd onder meer verwezen naar de gedegen studie van A.M.A. Goossens "De luchtverdediging in de Grebbelinie bij Rhenen en Wageningen tijdens de meidagen van 1940". Link voor de laatste publicatie:
http://www.grebbeberg.nl/bibliotheek/data/luchtmacht_en_luchtafweer_v28112004.pdf

Het bronnenmateriaal verschilt nogal van kwaliteit. Er zijn vaak erg beknopte gevechtsverslagen, naast dikwijls vrij uitgebreide persoonlijke documenten. Bijna nooit zijn hierin de doelen en resultaten duidelijk aangegeven. In enkele gevallen zijn ook storende typfouten gemaakt.

Onduidelijkheid ontstond, door het gebruik van verschillende stafkaarten. Het meest zullen in mei 1940 de herdrukken 1939 (gebaseerd op verkenningen tussen 1937 en 1939) gebruikt zijn. Die waren er in twee soorten. Een zwart-wit-rood-kaart in Bonneprojectie, nog met de oude coördinaten. Hiernaast was er een kaart in meerkleurendruk, aangepast aan stereografische projectie, in nieuwe RD-coördinaten. Voor de beide kaarten werden, naast veldverkenningen, ook luchtfoto's gebruikt. Luchtfoto's waren nog niet voor heel Nederland beschikbaar. In de bij mobilisatie verstrekte kaartentrommels zaten vaak nog de oudere uitgaven. Opvallend is, dat dit ook op hogere bevelsniveaus gold. Bijvoorbeeld generaal Harberts gebruikte een andere kaartversie dan kolonel Van Loon.

De voorbereiding van één van de vluchten naar het gebied Rhenen-Wageningen werd sterk vertraagd, doordat bij het verstrekken van de opdracht niet aangegeven werd, welke kaartversie was gebruikt. Een elementaire fout. C.C. Küpfer beschrijft dit in zijn boek "Nederlands vliegers in het vuur" als volgt [Küpfer, a.w., p. 227-228]:

"Reeds den 12den Mei, om 9.00 uur 's avonds, had het Commando Luchtverdediging laten weten dat een boschbrand [!, m.z. boschrand] ten Noord-Oosten van Wageningen in den morgenstond [van 13 mei] door 5 C 10's zou moeten worden gebombardeerd. Bij de nadere vastlegging van de voorloopige opdracht om half een 's nachts bleken verschillen in de gebruikte kaarten tot moeilijkheden aanleiding te geven, welke slechts na veel over en weer getelefoneer konden worden opgelost. (..)
De vlucht vond plaats onder bescherming van vijf jagers van Buiksloot en tegelijkertijd met den aanval door twee jachtkruisers [G1's] op hetzelfde boschcomplex. Precies om half vijf klommen de tot dusverre laag langs de grond vliegende C10's tot 350 m. hoogte en wierpen zij 32 bommen op de aangegeven plaats, waarbij het bosch in brand vloog. Alle vliegtuigen bestookten de Duitsche opstellingen daarop met mitrailleurvuur."

Goossens, [a.w., p. 83] citeert in dit verband een telegram (vermoedelijk met Molenaar, [a.w., p. 298] als bron):

"Bevel.
1. Vijand stootte op 12/5 door in de lijn Renkum - Wageningen - Rhenen en bereikte de oostrand van de Grebbe onder steun van artillerievuur uit opstellingen, gelegen in westelijke bosrand vt. 36-38 [!] bij O van Oranje-Nassau-Oord [!].
2. Eigen troepen bereiden tegenaanval voor, terwijl vijand overwicht heeft in de lucht.
3. Opdracht: Bombardeer op 13/5 de artillerie opstellingen genoemd in punt 1 en mitrailleer deze opstellingen en troepen, welke in de omgeving hiervan en in of nabij Wageningen [!] worden waargenomen.(..)"

Tegen de achtergrond van deze tekst is de grote verwarring bij de voorbereiding goed begrijpelijk. Vt. 36-38 bestaat niet. De kaarten van het Bonne-stelsel hadden (als ingebouwde controle) x-coördinaten van 0 - 40, en y-coördinaten van 50 - 75. De aangegeven positie zal dan ook vt. 36 - 68 (Bosrand bij Dorskamp, Landgoed ONO) moeten zijn.

Hieronder twee gedeelten van kaarten uit 1939 voor het gebied tussen Wageningen en Renkum. Een zwart-wit-rood kaart verkend 1937-1938, en een kaart in meerkleurendruk verkend in 1925, maar bijgewerkt. Hieruit blijkt, dat de plaatsen Dorskamp en Oranje Nassau Oord vrijwel identiek zijn aangegeven. Vermoedelijk werd bij het bombardement op de bosrand dus nog een andere kaartversie gebruikt.


De toevoeging "bij O van Oranje-Nassau-Oord" droeg aan verdere verwarring bij. Want welke O (de eerste, de tweede, of de derde) op welke kaart ? Goed gebruik was dan ook, bij een dergelijke verwijzing aan te geven welke kaartversie werd gebruikt. Ook, bijvoorbeeld door onderstreping van de bedoelde letter, welke O in dit geval werd bedoeld.

Het originele bevel is tot nu toe niet achterhaald. Er kan dus niet worden nagegaan, of Molenaar correct overschreef.
De vermoede stelllingen van Duitse artillerie lagen volgens Nierstrass ["De Strijd", III.3, Schets/Kaart C.10] ongeveer 2,5 km NO van Wageningen. De bosrand bij Dorskamp ligt honderden meters zuidelijker.
En wat is als tweede doelgebied "in of nabij Wageningen" ? De laatste omschrijving gaf bijna carte blanche.

Omdat deze missie voor onze troepen merkbare verlichting had gegeven, werd een herhaling van het bombardement gevraagd. Volgens Küpfer [a.w., p. 229] weer op de "Noord-Oostrand van Wageningen". Uit een andere bron blijkt, dat dit bombardement niet in de bosrand, maar in het gebied tussen Grebbeberg en Wageningen, dus W van Wageningen heeft plaatsgevonden [F.J. Molenaar, "De luchtverdediging mei 1940", p. 1077]. S.J. Postma spreekt in zijn boek "HU-BO-BE, De strategische VerVa in de oorlogsdagen van 1940" bij het eerste bombardement van "grote vlammen (..) gevolgd door wolken aarde", bij het tweede van "grote opspattende modderwolken" [a.w., p. 42, 46]. Dat duidt ook op verschillende locaties.

Volgens overzichten van Goossens en Molenaar zijn tussen 12 en 14 mei 1940 bij Wageningen de volgende missies uitgevoerd:

12 mei 16.45 Grondsteun 3 G1A's 4e JAVA Schiphol. Aanval op Duitse stellingen, troepenverbanden en colonnes rondom [!] Wageningen [Goossens, a.w., p. 72; Molenaar, a.w., p. 1070].
Idem, 17.00 Grondsteun 3 D17's 2e JAVA Buiksloot en 4 C5's en 1 C10 Ie VerkGr Ruigenhoek. Hoornwerk en autoweg gemitrailleerd. Een Duitse batterij infanteriegeschut gebombardeerd bij Anna's Hoeve [Idem, a.w., p. 73-77; idem, p. 1060].
Idem, 18.32 Grondsteun 3 C5's Ie VerkGr Ruigenhoek. Bij Rhenen aangevallen door Duitse jagers. Een toestel maakte een noodlanding in de Betuwe [Idem, a.w., p. 77-80; idem, p. 1095].
13 mei 3.47 Bombardement op artillerie 5 D21's 2e JAVA Buiksloot, 2 G1A's StraVerVa Bergen, 4 C10's idem. Hierbij werden 32 mijnbommen van 50 kg afgeworpen op de bosrand bij Oranje Nassau Oord [ONO] (westelijke bosrand, vt 36-68). Troepen en opstellingen bij Wageningen gemitrailleerd [Idem, a.w., p. 82-85; idem, p. 1061, 1076, 1077].
Idem, 11.22 Bombardement op opmarsweg 5 D21's 2e JAVA Buiksloot, 4 C10's StraVerVa Bergen. Op kunstweg Wageningen - Rhenen 32 mijnbommen van 50 kg afgeworpen [Idem, a.w., p. 85-87; idem p. 1061, 1077].

De Cdt Luchtverdediging tekende over de resultaten van de missies naar ONO het volgende aan [NIMH Coll 409, Inv Nr 540003]:

"Geklommen naar 300 m en aangegeven plaats gebombardeerd. In den boschrand 32 bommen 50 kg geworpen op frontbreedte van 80 à 100 m, diepte ± 100 m.
Vervolgens ook door CX-vliegtuigen met mitrailleurs op boschrand aangevallen.
3 G1's gestart van Bergen. Boven Schiphol is 1 G1 door de bemanning met parachute verlaten, omdat een landingspoot niet meer naar buiten kon. 2 G1's doorgevlogen. Aangezien 1 G1 zijn wielen niet kon intrekken, was het ongeschikt voor aanvallen op den grond. Gestegen boven de wolken , alwaar 1 Messerschmidt-jager afgeschoten. Daarna teruggekeerd naar Bergen. 3e G1 heeft troepen op wegen tusschen Rhenen en Wageningen gemitrailleerd. Daarna teruggekeerd naar Bergen."

De lezingen over de exacte uitvoering van de missies verschillen per bron. Vooral als we hierin ook andere publicaties betrekken [Goossens, a.w., p. 69, 70, 71]. Toch is hiermee wel duidelijk, dat de in mijn voorgaande aflevering genoemde twee straten (Veerstraat en Dijkgraafse Weg) niet in het primair doelgebied lagen.

Niet uitgesloten is echter, dat daar toch werd gemitrailleerd, of gebombardeerd door Nederlandse vliegtuigen. Vooral, omdat er in de vroege ochtend van 13 mei bijna vrij vuren werd toegestaan, terwijl er toch al verwarring was over het doelgebied.
Tenslotte kan een aantal bommen afgezwaaid zijn. Bommen werden van de in de verslagen aangegeven hoogte (300-350 m) niet met de richtkijker, maar zonder hulp van dat instrument "over de hand" afgeworpen. De bommenrichtkijker kon namelijk niet voor hoogten onder 700 m worden gebruikt. Een en ander tenminste volgens Molenaar [a.w., p. 292]. Bij een kruissnelheid rond de 300 km/uur (83,3 m/sec) kan een klein verschil in timing een bom al tientallen meters verder doen terechtkomen. Bovendien veroorzaken wind, en andere weersinvloeden, slecht voorspelbare afwijkingen. Zeker als de condities ter plaatse niet nauwkeurig, van afwerphoogte tot de grond, bekend zijn. En dat waren ze waarschijnlijk niet.

donderdag 8 juli 2010

Oorlogsschade

Wageningen liep in mei 1940 grote oorlogsschade op. Volgens een gemeentelijk rapport waren 71 woningen, 13 boerderijen, 30 winkels, 8 fabrieken, 6 openbare gebouwen, en 2 andere gebouwen vernield [GAW, Secretarie, Inv Nr 2198].

Uit de gemeentelijke dossiers is op te maken, dat hierbij waarschijnlijk alleen de zwaarste gevallen zijn uitgelicht. Wel 230 particulieren vroegen schadevergoeding, voor 393 panden. Elk adres is dan apart geteld [GAW, Secretarie, Inv Nr 3926].
De gegeven vergoedingen lagen bijna allemaal onder de f 1.000 (98%), voor bijna 2/3 nog onder de f 500 (63%). In enkele gevallen werd de claim afgewezen (3%). Vaak waren de aangevraagde bedragen wel wat hoger, dan de toegekende.

Zwaar gehavend werden de Drukkerij Zomer & Keuning ("Vada"), de NH Kerk, de RK Kerk, en het Centraal stadsgebied van Wageningen.
Verder was er blijkbaar, gezien de vergoedingsbedragen, overwegend deelschade. Onder meer voor Oranje Nassau Oord, Steenfabriek "Blauwe Kamer", de Pieter Pauw Stichting (Ziekenhuis "Ziekenzorg"), het gebouw van het Wagenings Studenten Corps, de Sociëteit van de Studentenvereniging "Unitas", en een tweetal scholen.

Aan particulieren werd, naar mijn berekening, een bedrag in de orde van grootte van f 0,5 mln vergoed. Omgerekend naar Euro's van nu, zou dat ruim € 20 mln zijn. De verdeling naar wijken en straten, was als volgt:


Hieruit blijkt, dat behalve de Stad (vooral de Hoogstraat), ook de Berg (vooral de Veerstraat), en het buitengebied Noord (vooral de Dijkgraafse weg) zwaar getroffen werden. Dat roept vragen op, want wat gebeurde er dan in de twee laatste straten ? Voorzover bekend, is daar niet gebombardeerd. Ook werd op dit gebied geen vuur door Nederlandse artillerie afgegeven. Evenmin lijkt het blastschade van Duits geschut geweest te kunnen zijn. Want:

* Volgens de verslagen hebben eigen vliegtuigen alleen doelen verderop bestookt, in de Nude, en bij Dorskamp.
* Er zijn van Nederlandse artillerie geen afgegeven vuren bekend op doelen aan de Veerstraat en de Dijkgraafse weg.
* Duits geschut heeft vermoedelijk vooral O van de Diedenweg gestaan. Dus hooguit daar blastschade veroorzaakt.
* Het lijkt verder niet waarschijnlijk, dat op dergelijke schaal in dit gebied Duitse vernielingen zijn aangericht.

Denkbaar is op zich wel, dat in de twee genoemde gebieden verdwaalde Nederlandse bommen of granaten vielen. De gevechtsverslagen zijn zeker niet compleet. Er werd vaak later nog een verslag uit het geheugen opgemaakt. Doelen en resultaten zijn moeilijk vast te stellen. Ze werden in de rapporten doorgaans maar zeer vaag aangegeven.
Vielen oorlogsschades buiten het centraal stadsgebied toch al minder op, of zijn ze door latere ingrijpende gebeurtenissen uit de herinnering weggezakt ?
Enkele latere voorvallen bleven wel in het geheugen gegrift. De val van een V1 (?), of ander zwaar projectiel, op het Rode Dorp in maart 1943. De geallieerde bommen die, in september een jaar later, onbedoeld vielen op de Villawijk. En de zware beschietingen vanuit de Betuwe tot aan de bevrijding.

donderdag 1 juli 2010

Spoorweggeschut

Over het spoorweggeschut zijn wat nieuwe gegevens bekend. Onder meer uit een boekje van Guy Francois, "Eisenbahnartillerie".

Bij de 18e Armee zijn twee 24 cm batterijen ingezet. Die hadden de nummers EB 664, en EB 674. EB staat hier voor "Eisenbahnbatterie" (spoorwegbatterij). Voor deze batterijen waren vuurstellingen ingericht. I.V. Hogg, "German Artillery in WWII" geeft hiervan een plaatje op p. 122, 123. Bij deze emplacementen behoorden draaitafels, munitiemagazijnen, en schermen tegen de kracht van het schot. Er wordt wel verteld, dat dit soort geschut in staat was, door de luchtdruk bij het afvuren, het dak van een nabijgelegen gebouw op te lichten. De vuurstelling voor EB 674 was ingericht in een bocht in de spoorlijn Z van Elten. Die voor EB 664 was 2 km O van Kranenburg, bij Kleef [NIMH Coll 401, Inv Nr 0164 - 0170].

Vanuit de aangegeven vuurstellingen was de Grebbeberg met deze zware kanonnen niet bereikbaar. Verhalen over aangetroffen mogelijke scherven van 24 cm-granaten in de gevechtsverslagen van II-19 RA kunnen dus niet juist zijn. Opvallend is in dit verband, dat de melding van Cdt II-19 RA veel positiever geformuleerd werd, dan die van Cdt 1-II-19 RA en Cdt 2-II-19 RA. De eerste meldt op 12 mei 1940 scherven van "24 à 25 cm", de tweede van "20 à 24 cm", de derde van "ongeveer 20 cm en groter" [NIMH Coll 409, Inv Nr . 502027, 502028, 502029]. Mogelijk zijn door II-19 RA dus scherven van 21 cM Mörsers 18 gevonden. In onderzoek is nog, of die op 12 mei 1940 wel in dit gebied gevuurd kunnen hebben.

Het spoorweggeschut werd in hoofdzaak gebruikt op doelen, die voor de gewone artillerie buiten bereik lagen. Lonende doelen waren:

1. Grote bunkercomplexen
2. Gereedstellingen, en andere troepenconcentraties
3. Alle andere doelen, voor het beoogd psychologisch effect.

In het eerste geval zullen betongranaten met vertraagde werking, in de twee overige brisantgranaten met versnelde tijdbuis zijn gebruikt.

Het 24 cm spoorweggeschut was oud marinegeschut, met looplengte 8,4 m (L/35), resp. 9,55 m (L/40). Het eerste type werd aangeduid als 24 cM SK L/35, het tweede als 24 cM SK L/40. De aanduiding "SK" staat hierbij niet voor "Schnellfeuerkanone" (snelvuurkanon), zoals in Internet-publicaties wel te lezen is, maar voor "Schiffskanone" (scheepskanon) [R. Böhm, "Die deutschen Geschütze, 1939 - 1945", p. 14]. Het spoorweggeschut was allesbehalve snelvuurgeschut. De vuursnelheid lag op 15 s/h (15 schoten per uur) [Böhm, a.w., p. 166].

Na ombouw kreeg dit geschut de aanduiding "24 cm Kanone in Eisenbahnlafette" (24 cm kanon op spoorwegaffuit). De L/35 staat bekend als "Theodor Bruno", de L/40 als "Theodor". Afgekort 24 cM K (E) Th Br, en 24 cM K (E) Th.

Het marinegeschut L/35 was afkomstig van kustpantserschepen van de Odin-klasse. Deze waren elk bewapend met 3 van deze stukken. In 1936 waren ongeveer 10 van deze kanonnen over. Hiervan waarschijnlijk 3 opgesteld in een Duitse "Seezielbatterie" (kustbatterij), en 6 opgelegd, afkomstig van andere kustbatterijen. Rond 1916 waren (onder meer ?) de kustbatterijen bij Sylt, Norderney, en Wilhelmshafen met dit geschut bewapend. Door Krupp werden de opgelegde stukken tussen 1936 en 1939 in het "Sofort Programm" benut voor de bouw van spoorwegbatterijen [Hogg, a.w., p. 122]. Waarschijnlijk hadden die eerder in de kustbatterijen bij Sylt en Norderney gestaan. Volgens Wikipedia waren deze stukken afkomstig van de Odin en de Ägir.
Het marinegeschut L/40 kwam van de 10 slagschepen ("Linienschiffe") van de Wittelsbach- en de Kaiser Friedrich III-klasse. Deze hadden vier van deze stukken, in twee dubbelbatterijen. Daarvan werd na WOI, op grond van bepalingen van het Verdrag van Versailles, ongeveer de helft vernietigd. In het "Sofort Programm" benutte Krupp 3 van de overgebleven stukken [Hogg, a.w., p. 125]. Mogelijk 12 stukken waren toen nog opgesteld in Duitse kustbatterijen.

Volgens het Verdrag van Versailles (1919) mocht Duitsland geen veldgeschut zwaarder dan 10,5 cm meer bezitten. Ook moesten de versterkingen, vanaf de Westgrens tot 50 km O van de Rijn, ontmanteld worden. Daarmee bleef ondermeer al het geschut in kustbatterijen O van die lijn toegestaan.
Bij de terugtocht naar Duitsland aan het eind van WOI, werden in België en Nederland enkele spoorwegbatterijen achtergelaten door het Duitse leger. Van kaliber 24 cM waren er in mei 1940 nog minstens twee (aanwezig in Tienen en Hasselt) bruikbaar. Die werden onmiddellijk weer ingelijfd. EB 674 kreeg hieruit een tweede stuk.

In Nederland werden in 1918 4 stukken 28 cm L/40 type "Bruno" bij doortocht in beslag genomen. Ze bleven achter in de douaneloods te Baarle-Nassau. Eén van de vier had het productienummer "Essen 682934". Een andere een vervaagd opschrift "28 c.M.Dr.h.L c/1901" [te lezen als 28 cM Br SK C/1901. De aanduiding C/1901 geeft het constructiejaar 1901 aan]. Ze hadden alle verder dezelfde type-aanduidingen, "M.BRUNO Nr.V". Hiervan de volgende foto.


Bron: Nationaal Archief [NA 2.13.86, Mindef/AI, Inv Nr 2531].

Volgens Francois [p. 31, 55] waren deze kanonnen afkomstig uit aanmaak van 20 stukken voormalig scheepsgeschut van de “Deutschland”-klasse. De vier stukken werden later aan België overgedragen, en zonder veel wijzigingen [voorzover nog bruikbaar] in WOII weer aan Duitse zijde ingezet.

Uit officiële Duitse overzichten blijkt, dat er in mei 1940 aan het begin van de Westfeldzug vier 24-cm batterijen waren*):

EB 664 - 2 st 24 cM K (E) Th, in andere notatie 24 cM SK L/40
EB 674 - 1 st 24 cM K (E) Th, in andere notatie 24 cM SK L/40
EB 721 - 2 st 24 cM K (E) Th Br, in andere notatie 24 cM SK L/35
EB 722 - 2 st 24 cM K (E) Th Br, in andere notatie 24 cM SK L/35

Deze stukken L/40 hadden een dracht van ruim 27 km, de L/35 van 20 km. De afstand Elten - Grebbeberg is ongeveer 38 km, vanaf Kranenburg 34 km. De Grebbeberg lag voor dit geschut vanuit beide opstelplaatsen ruim buiten bereik.

Hierna waren nog twee (reserve ?) stukken L/35, maar geen exemplaar L/40 meer beschikbaar. Reservestukken waren hard nodig, omdat de loop na een kleine 1.000 schoten versleten raakte.

Over de inzet van het 24 cM spoorweggeschut in de Westfeldzug en daarna, is nu ook wat meer bekend. Volgens Francois [p. 53, 62]:

*EB 674 werd ingezet in de Westfeldzug, om de overgang van XXV AK over de Rijn te forceren
*EB 721 beschoot in juni 1940 Franse kazematten in de Vogezen
*EB 664 en EB 674 stonden vanaf juli 1941 aan de Atlantische kust bij Erromardie en Dorrondeguy, zuid van Biarritz. Deze batterijen werden in juli 1944 naar Normandie verplaatst. In september 1944 zijn ze bij Saarbrücken aangetroffen.

Francois geeft in een tabel [p. 52] van zijn studie aan, dat EB 664 uit 2 stukken Th Br (L/35) zou hebben bestaan, en EB 674 uit 2 stukken Th (L/40). Dat is voor mei 1940 (volgens de Duitse overzichten, zie boven) niet juist. Uit dezelfde overzichten blijkt, dat de EB's na mei 1940 heringedeeld werden, en deels andere bewapening kregen.
Francois [p. 54] geeft daarbij aan, dat twee stukken L/40 Th [Karl] teruggevonden werden in België en daarna weer ingelijfd. De stukken 24 cM SK L/35 werden ook (gedeeltelijk) uit krijgsbuit door zwaarder geschut met groter dracht vervangen.

Enkele links, voor geïnteresseerden in nadere details zijn:

http://www.one35th.com/model/k5/k5_24cmke.htm
In deze bron een storende fout voor de dracht van SK L/35. Deze staat vermeld als 10.000 m rond, maar was volgens Böhm, en ook bij Hogg, 20.200 m. De 10.000 m staat in Böhm wel vermeld als minimale dracht voor dit type geschut.
Zie ook mijn volgende opmerkingen bij Wikipedia.

http://en.wikipedia.org/wiki/24_cm_Theodor_Bruno_Kanone_%28E%29
http://en.wikipedia.org/wiki/24_cm_Theodor_Kanone_%28E%29
De laatste twee publicaties zijn waarschijnlijk van dezelfde auteur. De verstrekte technische gegevens zijn in het algemeen wel juist. De zes stukken SK L/35 (Th Br) kwamen alleen uit meer dan één schip van de Odin-klasse. Volgens deze bron zou EB 664 in mei 1940 bestaan hebben uit 2 st Th Br, EB 674 uit 2 st Th, EB 721 uit 1 st Th Br, en EB 722 uit 2 st Th Br. De Duitse overzichten (zie boven) geven anders aan.

http://forum.axishistory.com/viewtopic.php?f=70&t=129444&sid=cbef1651029830657a25a34bee38ce5b&start=15
Een interessant stuk, v.w.b. de gevechtsgeschiedenis van EB 664 en EB 674 vanaf 1941.

Mijn dank Eelco, voor de tips, en voor de gegevens over het scheepsgeschut.
_
*) Update van 30 maart 2011. Zie bijdrage 27 maart 2011.